Na een onafgebroken tocht van ongeveer 7.000 kilometer keren gierzwaluwen eind april terug uit Afrika. Vogels die hier eerder hebben gebroed, keren direct terug naar hun eigen nest dat zij elk jaar met dezelfde partner gebruiken. De gierzwaluw wordt zo een echte huisvriend. Het eenvoudige nest wordt opgeknapt en na baltsvluchten en paring worden half mei de eieren gelegd. Beide oudervogels broeden en zorgen samen voor de jongen. Niet-broedende gierzwaluwen gaan luid roepend langs nestplaatsen op zoek naar een plek voor een volgend seizoen. Reageren de vogels in een nest, dan vliegen zij verder totdat zij een geschikt onderkomen hebben gevonden.
Gierzwaluwen komen, afgezien van het broeden, vrijwel nooit op de grond. Ze eten insecten in de vlucht, drinken door laag over water te scheren en slapen zelfs vliegend. Tegen de avond stijgen ze op tot wel 3.000 meter hoogte en dalen tijdens een trage slaapvlucht weer af. Eind juli vertrekken de gierzwaluwen weer naar hun winterverblijf in Afrika.
Om in ons land te kunnen overleven, is de gierzwaluw volledig afhankelijk van holtes in gebouwen. Door renovaties, nieuwbouw, betere isolatie en intensiever onderhoud verdwijnen deze nestplaatsen alleen steeds vaker.