Ondanks dat het kanaal een economische en industriële bestemming heeft, zie je aan alle kanten dat er goed is ingespeeld op de drukke beroepsvaart. Bij veel sluizen en bruggen ontstonden vroeger cafés, omdat er door de drukke scheepvaart vaak lange wachttijden waren om een brug of sluis te passeren. Die wachtende mensen kregen dorst en daar maakten lokale ondernemers goed gebruik van. Veel van deze cafés zijn tegenwoordig verdwenen, maar kijk bijvoorbeeld eens bij de Dungense Brug: daar liggen nog altijd twee cafés vlak bij het water.
“Het varen, daar laad ik van op. Dat is gewoon echt mijn ding.” — Ynze Keizer
Verder is het kanaal ook een goede plek om te sporten. Een aantal roeiverenigingen maakt van de Zuid-Willemsvaart zijn oefenterrein. Roeivereniging De Hertog in Den Bosch bijvoorbeeld, op het stuk waar de Zuid-Willemsvaart dwars door de stad loopt. Of roeivereniging De Meierij, die zich net ten zuiden van Veghel aan het kanaal heeft gevestigd. Ook de hengelsport is goed vertegenwoordigd, met meerdere verenigingen die regelmatig aan het kanaal vissen. Er worden dan ook regelmatig viswedstrijden gehouden langs de Zuid-Willemsvaart.
“Soms zitten we hier wel met tien of twintig man op een rij”, vertelt hobbyvisser Willy Snoeck van de Eerste Berlicumse Hengelsportvereniging. Het vissen in de Zuid-Willemsvaart komt volgens Snoeck niet zonder ongemakken. “Je hebt niet per se speciaal visgereedschap nodig voor het kanaal, maar het kan zeker wel helpen.”
Voor de pleziervaart is er ook plek genoeg op de Zuid-Willemsvaart. De passantenhaven van Veghel, die vroeger nog volop werd gebruikt door de beroepsvaart, ligt nu vol met plezierjachten. Schipper Ynze Keizer manoeuvreert zijn oude Duitse patrouilleboot, die hij heeft omgebouwd tot plezierjacht, met gemak tussen de grote schepen door.
“Vroeger, toen ik hier als kind kwam, zag je schepen tot maximaal 80 meter. Nu varen hier zelfs schepen van 110 meter lang”, zegt Ynze. Het is dus opletten als je met een klein bootje over de Zuid-Willemsvaart vaart, maar het is volgens Keizer zeker de moeite waard: “Er is hier genoeg te beleven.”