De Maas was te onvoorspelbaar om er betrouwbaar over te varen.
Daarom kwam er een recht kanaal. “Dat moest recht zijn, zodat mensen hun schepen konden voorttrekken over de jaagpaden”, vertelt Ad Hartjes. Er waren in die tijd nog geen gemotoriseerde schepen, dus werden die over het water voortgetrokken door paarden of vrouwen.
Een paar duizend arbeiders, onder wie gravers, kruiers, timmerlieden, metselaars en opzichters, werkten in verschillende secties aan het kilometerslange kanaal. “In tenten en woonwagens trok het hele circus van Den Bosch naar Maastricht”, vertelt Hartjes. “Mannen kregen 40 cent per dag, vrouwen kregen 25 cent en kinderen werden niet betaald.”
Op 24 augustus 1826, op zijn eigen verjaardag, opende Koning Willem I de Zuid-Willemsvaart in Maastricht met een groot bal. Het kanaal werd daarvoor in verschillende delen overigens al gebruikt. De watersnelweg, die met 21 sluizen een hoogteverschil van 40 meter overbrugt, was oorspronkelijk bedoeld voor schepen tot 400 ton. Later is het kanaal verbreed, verdiept en zijn sluizen en bruggen aangepast, waardoor er op sommige trajecten nu veel grotere schepen kunnen varen.
In Dtv Vaart Mee – 200 jaar Zuid-Willemsvaart vertelt historicus Ad Hartjes maandagavond op Dtv Nieuws meer over het ontstaan van het kanaal. Vanaf 19.00 uur te zien in het journaal en op Dtvnieuws.nl.