Op 1 maart 2023 zijn de gemeenten Gemert-Bakel en Laarbeek een nieuwe overeenkomst aangegaan met taxibedrijf Van Helvoort voor de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). Kort na de start van de overeenkomst ontstond een verschil van inzicht tussen de partijen over de vraag aan wie de door reizigers betaalde eigen bijdragen toekomen: aan de gemeenten of aan de vervoerder. Ondanks diverse gesprekken en ingewonnen juridische adviezen bleek het niet mogelijk hierover overeenstemming te bereiken. Om duidelijkheid te krijgen over de uitleg van de overeenkomst besloten beide colleges begin 2024 een juridische procedure te starten.
Tijdens de zitting in mei 2025 stelde de rechtbank vast dat sprake was van een onduidelijkheid in de overeenkomst. Op verzoek van de rechtbank hebben partijen onderzocht of een minnelijke regeling mogelijk was. De gemeenten hebben daarbij verschillende voorstellen gedaan, waarbij zowel de juridische risico’s als de kaders van het aanbestedingsrecht zorgvuldig zijn meegewogen. Partijen zijn uiteindelijk niet tot overeenstemming gekomen, waarna de rechtbank is verzocht uitspraak te doen.
De gemeenten hebben deze procedure gevoerd omdat het geschil betrekking heeft op gemeenschapsgeld. Daarnaast hebben zij de verantwoordelijkheid om zorgvuldig te
handelen binnen de kaders van het aanbestedingsrecht en gemaakte contractuele afspraken.
De eerstvolgende stap is de juridische en financiële afwikkeling van het vonnis. Tegen het vonnis staat voor partijen in beginsel nog hoger beroep open. Het is niet bekend of Van Helvoort hiervan gebruik zal maken. Een hoger beroep kan leiden tot vertraging van de definitieve afwikkeling, aanvullende proceskosten en voortgezette onzekerheid over de definitieve financiële uitkomst. De gemeenten bereiden zich daarom voor op verschillende scenario’s en zullen hun belangen blijven behartigen indien een vervolgprocedure aan de orde is. Daarnaast zullen de gemeenten de lessen uit deze procedure meenemen bij toekomstige aanbestedingen en overeenkomsten. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan het expliciet vastleggen van financiële afspraken, zodat vergelijkbare interpretatieverschillen in de toekomst zoveel mogelijk worden voorkomen.