De gemiddelden per telling zijn in de meeste gevallen lager dan vorig jaar. Wel laten de graafwespen een opvallende stijging zien: van 0,33 per telling naar 0,58. Ook de geelpoothoornaar, tot begin dit jaar nog Aziatische hoornaar genoemd, laat een duidelijke stijging in gemiddelde zien. Met een stijging van 0,17 naar 0,29 is de stijging vergelijkbaar met die van de graafwespen.
Net als de meeste wespen zijn ook de honingbijen en zweefvliegen zowel in aantallen als in gemiddelde per telling gedaald. ‘Dit bevestigt het beeld dat het slecht gaat met de insecten in ons land, en dat dit jaar niet alleen voor de wespen slecht is, maar ook voor veel andere insecten’, aldus voorzitter Sjoert Fleurke van de Wespenstichting.
De afname van het aantal zweefvliegen kan een van de oorzaken zijn van minder wespen. Vliegen zijn belangrijke prooien voor wespen, minder vliegen betekent minder voedsel voor de larven. Zweefvliegen horen dus ook bij die prooien en kunnen als signaal worden gezien dat er minder prooien zijn voor de wespen. Deelnemers konden tijdens de telling ook ‘0 wespen’ opgeven wanneer ze geen enkele wesp zagen. Dit is bij 22 tellingen ingevoerd, ook dat is een signaal dat 2026 een slecht wespenjaar is.
In Noord-Brabant deden dit jaar minder mensen mee aan de Nationale Wespentelling, en zij stuurden ook minder tellingen in dan vorig jaar. In totaal werden er 48 tellingen ingezonden door 29 deelnemers.
De top tien voor Noord-Brabant:
1 Zweefvliegen 153
2 Honingbij 126
3 Limonadewespen 74
4 Graafwespen 59
5 Franse veldwesp 41
6 Bijenwolf 29
7 Geelpoothoornaar 28
8 Wesp onbekend 24
9 Europese hoornaar 21
10 Sluipwespen 12