In omstandigheden waarbij sprake is van een verhoogde dreiging is vliegen op hoogte geen optie. Helikopters moeten daardoor laag blijven om zich te verschuilen achter obstakels, zoals een rij bomen, een bosperceel of heuvel. Hierdoor kunnen zij ongezien hun missie uitvoeren en buiten het radarbeeld van de tegenstander blijven. Laagvliegen en gebruikmaken van de dekking van het terrein is een manier van zelfbescherming voor helikoptervliegers. Dit vraagt echter om specifieke training en ervaring, zodat zij tijdens inzet in iedere situatie en omgeving juist kunnen handelen.
Om deze tactische procedures te beoefenen is een tijdelijk laagvlieggebied aangevraagd voor deze oefening in Zuidoost-Nederland. Zo kan worden geoefend met het tactisch verplaatsen op lage hoogten, met als doel operationeel gereed te zijn voor toekomstig optreden. In een laagvlieggebied mogen helikopters tot op grasspriethoogte vliegen. Aanvliegroutes en aanvlieghoogten, alsmede oefenlocaties worden zodanig gekozen dat geluidhinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Vliegbewegingen die hinder opleveren kunnen gemeld worden via het online klachtenformulier op de Defensie-website.