Sneeuw is eigenlijk tijdelijk opgeslagen regenwater. Als deze langzaam smelt, zakt het water rustig in de bodem. Zo wordt het grondwater aangevuld. Dat is handig voor een droge zomer. Als het snel warmer wordt en de sneeuw snel smelt, kan het water niet goed weg. De bodem is dan verzadigd of bevroren. Dan moeten waterschappen veel water afvoeren via het watersysteem en de rioolwaterzuivering. Dat water komt daarna in sloten en plassen. Sneeuw helpt dus voor grondwater, maar als een dik pak snel smelt, kan er plaatselijk wateroverlast zijn. Maar dat gebeurt bijna nooit in Nederland.
